Affectieschade

De Wet affectieschade is op 1 januari 2019 in werking getreden. Deze wet maakt het mogelijk voor naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel, evenals voor nabestaanden van overleden slachtoffers, om immateriële schadevergoeding te vorderen. Dit is geregeld in de artikelen 6:107 lid 1 onder b en 6:108 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Voorwaarden

Voorwaarde is dat het letsel of overlijden het gevolg is van een gebeurtenis waarvoor iemand anders aansprakelijk is. De groep personen die recht heeft op vergoeding van affectieschade is vastgelegd in artikel 6:107 lid 2 en artikel 6:108 lid 4 van het BW. Dit zijn onder meer de echtgenoot of echtgenote, geregistreed partner of levenspartner, ouders, kinderen en personen die in een nauwe persoonlijke of verzorgende relatie tot de overledene staan.

Forfaitaire bedragen

Er worden forfaitaire vergoedingsbedragen voor verschillende situaties toegewezen. Dit betekent dat de vergoeding voor immateriële schade een vast bedrag is dat in verschillende situaties kan worden uitgekeerd. Deze forfaitaire bedragen zijn vastgelegd in het Besluit vergoeding affectieschade en variëren afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval, zoals de aard van de relatie met het slachtoffer en de ernst van het letsel of het overlijden.

Schokschade

Naast affectieschade bestaat ook schokschade. Meer daarover, leest u in de blog ‘Schokschade voorwaarden’.

Share, follow and like us: