Schokschade voorwaarden

De rechtbank Noord-Holland heeft uitspraak gedaan over een gevorderde schokschade door de zoon van een overleden slachtoffer. In deze zaak is een 54-jarige man veroordeeld voor doodslag van zijn echtgenote, in april 2023 in Bovenkarspel. De twee zoons van het slachtoffer en de moeder van het slachtoffer, hebben zich gevoegd als benadeelde partij in deze zaak. Een van de zoons vorderde een vedrag van € 17.500,- als schokschade. Dit is door de rechtbank afgewezen.

Eisen voor schokschade

Voor het toewijzen van schokschade is het vereist dat er ten eerste sprake is van een confrontatie met het misdrijf of de gevolgen van het misdrijf waardoor een hevige emotionele schok teweeg is gebracht. Uit rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat alleen schade die voortkomt uit geestelijk letsel voor vergoeding in aanmerking komt. Als derde voorwaarde geldt dat het geestelijk letsel objectief vast te stellen moet zijn. Dat betekent feitelijk dat er sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Objectief vastellen is (ook) mogelijk als een bevoegde en bekwame deskundige, zoals een psychiater, psycholoog of huisarts, een rapportage gegeven heeft, waaruit het geestelijk letsel als gevolg van de emtionele schok blijkt. Een diagnose is niet vereist.

In deze zaak is door de zoon een brief van een therapeut ter onderbouwing van de schokschade ingebracht. Daarvan heeft de rechtbank gezegd dat er onvoldoende bekend is over de expertise van de therapeut. De schok, het geestelijk letsel is daarom onvoldoende objectiveerbaar en niet vast te stellen. De vordering is afgewezen.

Affectieschade

Zowel de twee zoons van het slachtoffer als de moeder van het slachtoffer hebben hun vordering op grond van affectieschade toegewezen gekregen. Wilt u meer weten over affectieschade, dan kunt u mijn blog ‘Affectieschade‘ lezen.

Uitspraak rechtbank

De volledige uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, 24 september 2024 is te lezen via ECLI:NL:RBNHO:2024:9775.

Share, follow and like us: